Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen

Het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen is in de eerste plaats een wetenschappelijk centrum, maar het museum dat eraan verbonden is trekt ieder jaar meer dan 300.000 bezoekers. Daarmee is het toch een van de populairste musea van Brussel. Vooral de grote verzameling skeletten van dinosauriërs maakt het een populaire toeristische trekpleister. Het museum ligt aan het Leopoldpark.

Een zaal in het museum

Een zaal in het museum, foto Drow male (CC BY-SA 4.0)

Foto van een hotelkamer

Ga je op reis naar Brussel en zoek je nog een hotel in de stad? Bespaar dan geld door ruim van tevoren te boeken. Voor een overzicht van de prijzen en het aanbod, raad ik aan te kijken naar de hotels in Brussel op Booking.com.

Geschiedenis en achtergrond

De oorsprong van het instituut gaat terug naar 1814. Er werd toen een klein museum over dieren en de natuur opgericht met daarin de verzameling van Karel van Lotharingen, de landvoogd van de Zuidelijke Nederlanden. Het was later in die eeuw, in 1846, dat het museum werd overgenomen door de Belgische Staat. Vanaf dat moment diende het behalve als museum ook als onderzoeksinstituut. Veel van de beroemde collecties die vandaag de dag tentoongesteld worden, werden al in de 19e eeuw door het instituut verzameld.

Wat is er te doen en te zien?

Het hoogtepunt van het museum is de uitgebreide verzameling dinosauriërs, welke naar eigen zeggen de grootste van Europa is. Je vindt er onder andere 30 skeletten van Iguanodons. Dit zijn grote, plantenetende dinosauriërs die in 1878 in een kolenmijn in de Belgische plaats Bernissart gevonden werden. Daarnaast zijn er overblijfselen van onder andere de Tyrannosaurus Rex, de Stegosaurus en de Triceratops te bewonderen. Uit dezelfde tijd dat de dinosauriërs op het land leefden, stammen verder de in het museum te bezichtigen overblijfselen van de mosasauriërs. Dit waren enorme hagedissen die in zee leefden.

Het skelet van een Dimetrodon

Het skelet van een Dimetrodon, foto Paul Hermans (CC BY-SA 3.0)

Ook over andere uitgestorven dieren kom je in Koninklijk Instituut voor Natuurwetenschappen genoeg te weten. Zo is er de Mammoet van Lier die in 1860 werd opgegraven en het grootste mammoetskelet van België is. Verder zijn er opgegraven overblijfselen van walvissen, schelpen en ook miljoenen insecten waarvan slechts een klein deel bezichtigd kan worden.

Genoeg andere dieren in het museum

Genoeg andere dieren in het museum, foto Drow male (CC BY-SA 4.0)

Wat je verder zeker niet mag missen zijn de Neanderthalers uit het Belgische plaatsje Spy. Hier werden meer dan 1.000 beenderen van 24 personen opgegraven. Ze zijn minstens 30.000 jaar oud. De galerij van de evolutie, over het begin van leven op aarde tot het heden, is ook interessant. Behalve aan eens levende wezens, zijn er verder nog collecties gewijd aan mineralen, edelstenen en meteorieten.

Voor kinderen zijn er tenslotte twee speciaal op hen gerichte zalen, namelijk het paleoLAB en BiodiverCITY. In het eerste kunnen kinderen zelf in de rol van paleontologen stappen en opgegraven fossielen bestuderen. BiodiverCITY gaat juist over het leven van dieren in een moderne stad. Zo wordt bijvoorbeeld het stadsleven vanuit het perspectief van een sprinkhaan voorgesteld.

Bereikbaarheid

kaart Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen Brussel

Het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (A op de kaart) ligt in het Leopoldpark. Vanaf metrostation Schuman (1) op lijnen 1 en 5 kun je bij de rotonde rechtsaf slaan de Froissartstraat in en daarna de tweede straat rechtsaf om in het park te komen. Je kunt dan langs de vijver naar het instituut lopen.

Verder lezen

Kijk op de officiële website van het museum voor de prijzen en openingstijden. Andere attracties in de buurt zijn het Europees Parlement en de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten.